Voor wie wij er zijn

Onze belangrijkste doelgroep zijn de bescheiden inkomens. Wij wijzen onze schaars vrijkomende sociale huurwoningen bij voorrang toe aan mensen die deze het hardst nodig hebben. We richten ons daarom primair op huishoudens met een inkomen onder de €38.035 per jaar (in 2019 de grens volgens de staatssteunregeling). Binnen deze groep wijzen wij toe volgens de passendheidstoets. Dat doen we op basis van inkomen, huishoudsamenstelling en leeftijdscategorie. Ook zetten we flexibele huurprijzen in.

Doorstromen naar passend wonen is moeilijk

In bijna alle segmenten zijn op dit moment te weinig huurwoningen beschikbaar om vlot passend door te stromen. Alleen naar woningen met een huurprijs van ongeveer € 650 tot de liberalisatiegrens van € 720 is nog enige doorstroming, hoewel beperkt. Maar klanten die hiervoor theoretisch in aanmerking komen, stromen niet door vanuit de goedkopere huurvoorraad. Hiervoor hebben de bewoners redenen die wij niet kunnen beïnvloeden.

We stellen het liefst zo min mogelijk regels

Bij het toewijzen van onze vrijkomende woningen streven wij ernaar zo min mogelijk extra eisen te stellen naast de wetten en regels van de overheid. Maar de stagnerende woningmarkt maakt het moeilijk dit uitgangspunt vast te houden. Door de trends in de woningmarkt kiezen wij er soms voor om voor ouderen en jongeren extra maatregelen te nemen. Om passend wonen voor hen beter bereikbaar te maken. We zorgen altijd dat we dit doen binnen de regels van de gemeentelijke huisvestingsverordening en de volkshuisvestelijke opgave van de gemeenten.

We bieden woonruimte aan bijzondere doelgroepen

Met de gemeenten maken we prestatieafspraken over de huisvesting van bijzondere doelgroepen. De overheid bepaalt elk half jaar het aantal vergunninghouders dat gemeenten moeten huisvesten. Het is moeilijk om een onvoorspelbaar aantal kandidaten uit bijzondere doelgroepen te huisvesten. En dat in een beperkte sociale huurwoningmarkt. Daarbij mogen andere woningzoekenden niet het gevoel krijgen dat zij structureel verdrongen worden.

We richten ons niet op de middeninkomens [1]

Het huisvesten van huishoudens met een jaarinkomen boven de inkomensgrens (€ 38.035) valt niet onder onze volkshuisvestelijke kerntaken. Wij zijn ons ervan bewust dat middeninkomens moeilijk een passende en betaalbare koop- of huurwoning kunnen vinden. De inkomensnormen voor de toewijzing van sociale huurwoningen vormen voor deze groep een probleem. Maar middeldure huur- en koopwoningen zijn volgens de wetten en regels een taak voor de marktpartijen. Wij richten ons beleid daarom niet op de middeninkomens. Ook de visies van de gemeenten op wonen geven daarvoor geen aanleiding.

De inkomensgrens voor de middeninkomens is tijdelijk opgerekt

Dat wil zeggen, tot 2021. Dit maakt dat langjarige investeringen voor de lage middeninkomens niet haalbaar zijn. Als gevolg van bepalingen in de Woningwet over middeninkomens komen investeringen voor deze doelgroep ten laste van de al krappe sociale huurwoningvoorraad. Wij willen de slaagkans van onze primaire doelgroep niet verlagen. Daarom gaan wij zeer spaarzaam om met deze regeling.

 

[1] Middeninkomens: van € 38.035 tot ongeveer € 42.436. 
Volgens de Woningwet mogen woningcorporaties maximaal 9% van de vrijkomende sociale huurwoningen toewijzen aan huishoudens met een inkomen tot € 42.436 (in 2019). 10% van de vrijkomende sociale huurwoningen mogen woningcorporaties, binnen de voorrangsregels, vrij toewijzen. Deze regeling geldt tot en met 2020. Alle overige woningen (ten minste 80%) moeten worden toegewezen aan huishoudens met een inkomen tot € 38.035 (in 2019).

Terug naar begin     Vorige     Volgende